Opinie

Maritieme sector kan strategisch belang meer zichtbaar maken

02-12-2020

De relatie met “Den Haag” is toe aan een update

Pieter Walraven van Public Matters adviseert bestuurders van bedrijven en brancheverenigingen over belangenbehartiging en hun strategische relatie met de overheid. Hij ziet een afname van het wederzijdse begrip tussen overheid en bedrijfsleven. “De Tweede Kamerverkiezingen en de vorming van een nieuw Regeerakkoord zijn een natuurlijk moment om de relatie met ‘Den Haag’ tegen het licht te houden”, zegt Walraven. Hij ziet drie elementen die extra aandacht verdienen: het strategisch belang van de maritieme sector moet zichtbaarder worden, er is behoefte aan een industriepolitiek nieuwe stijl en de sector zal moeten investeren in de relatie met nieuwe politici.

Het is inmiddels meer dan vier jaar geleden dat de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) zijn advies ‘Mainports voorbij’ uitbracht en dat werd op zijn zachtst gezegd niet goed ontvangen. Niet alleen de vertegenwoordigers van de traditionele mainports vonden het een ‘waardeloos advies’. Een directeur-generaal van het ministerie van I&W serveerde het advies zelfs finaal af met de woorden ‘Advies van de gemiste kansen’.

Het verdween in de spreekwoordelijke la en in de afgelopen jaren hoorde je niemand er meer over. Toch heeft dit advies mij altijd geïntrigeerd. Ook ik ben opgegroeid met de gedachte dat Nederland met Schiphol en de Rotterdamse haven serieus meespeelde op het wereldtoneel en dat beide mainports op vele fronten een impact hebben op de economie. Als een overheidsadviesorgaan dan tot zo’n conclusie komt, moet je toch ook nadenken waar dit vandaan komt.

Voor de andere ‘nieuwe mainports’ was het advies juist een opsteker en reden om een tandje erbij te zetten. Het huidige Regeerakkoord heeft zelfs geleid tot een Nationale Actieagenda Brainport. Voor de Brainport regio Eindhoven was het advies dus niet zo waardeloos.

Vooruitkijkend naar een volgend Regeerakkoord kunnen we nu al verwachten dat de verduurzaming van de scheepvaart en de maritieme maakindustrie hoog op de agenda staan voor de maritieme sector. Het is bijvoorbeeld mooi om te zien dat na vele jaren lobbywerk van veel partijen, het realiseren van walstroom in diverse verkiezingsprogramma’s wordt genoemd. Wie echter goed kijkt naar de belangrijke economische thema’s in de (concept-)verkiezingsprogramma’s, kan zich afvragen of de Rotterdamse haven de komende jaren wel de aandacht krijgt die past bij een mainport.

Strategische relatie

Los van de lijsten met concrete wensen voor de maritieme sector zie ik drie elementen die extra aandacht behoeven in de strategische relatie tussen de maritieme sector en politiek Den Haag.

1. Strategisch belang van de maritieme sector meer zichtbaar maken

De verslechterde relatie tussen bedrijfsleven en politiek is het afgelopen jaar veelvuldig besproken. Wie de recente verkiezingsprogramma’s naleest zal het ook zijn opgevallen dat de ‘tone-of-voice’ in de passages over het bedrijfsleven is veranderd.

Voor iedere sector moet deze alarmbel aanleiding zijn op een andere wijze haar maatschappelijke relevantie te laten zien. Het volstaat niet meer te steunen op de harde cijfers en feiten over werkgelegenheid en de bijdrage aan het Bruto Binnenlands Product. Het is nu juist essentieel een maatschappelijke dialoog te voeren over de sector. Voor de maritieme spelers is dat een extra uitdaging. De sector is niet zo zichtbaar als de horeca, detailhandel, zorg of het openbaar vervoer.

Er is ontzettend veel werk verzet op het gebied van verduurzaming. Niet alleen door de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens uit juni 2019, maar ook in concrete projecten. Kijk alleen maar de ontwikkeling van het Porthos-project dat de uitstoot in het havengebied fors kan verlagen. Dit speelt zich letterlijk buiten het zicht af, maar verdient alle politieke steun en aandacht.

‘Vooruitkijkend naar een nieuwe Regeerakkoord staan verduurzaming van de scheepvaart en de maritieme maakindustrie hoog op de agenda.’

Minstens zo interessant is een ontwikkeling van een ‘waterstofrotonde’, die tenminste in twee verkiezingsprogramma’s aan de orde komt. Dit toont de kansen voor de haven als mainport en voor de maritieme sector als strategische sector. In het verkiezingsprogramma van D66 staan de ambities voor de waterstofrotonde zelfs heel expliciet beschreven. Maar wat er niet in staat, is wat we als Nederland nodig hebben om die ambities te realiseren. Namelijk een sterke maritieme sector. Het is de uitdaging voor de belangenbehartigers om die twee belangen zichtbaar aan elkaar te koppelen.

Verder gaan dan verduurzaming

Juist daarom is een maatschappelijke dialoog van belang die verder gaat dan alleen de inzet op verduurzaming. Wat betekent het voor onze samenleving om zo’n sterk maritiem cluster te hebben? Hoeveel banen levert dit op en welke sectoren profiteren hier nog meer van? De sector heeft een goede traditie van sectorbrede samenwerking tussen diverse vertegenwoordigers binnen bijvoorbeeld Nederland Maritiem Land en de ondernemersorganisaties Deltalinqs en ORAM. Juist deze partijen staan voor de uitdaging om de maritieme sector opnieuw te positioneren en de samenwerking te zoeken met andere sectoren.

2. Behoefte aan industriepolitiek nieuwe stijl.

Juist waar de sector er goed in slaagt samen te werken, ontbreekt dit aan overheidszijde. De kwestie met de ‘Oasis of the Seas’ heeft dit op pijnlijke wijze blootgelegd. Het was de komst van het grootste cruiseschip ter wereld die de trots van de maritieme sector zichtbaar maakte voor het grote publiek. Ik herinner me nog hoe de Erasmusbrug vol stond met toeschouwers. Maar de opdracht voor groot onderhoud aan het schip, liep af met een kater door een enorme boete van de inspectie SZW.

In de jaren na deze handhavingsactie leken de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Sociale Zaken niet te zien wat de bijkomende schade was voor de Nederlandse maritieme sector. Het ministerie van Economische Zaken leek zelfs helemaal afwezig. De werkelijke schade is moeilijk te becijferen, maar feit is dat cruiserederijen al jaren andere havens selecteren voor hun onderhoudsopdrachten.

De afhandeling van de boete voor de rederij heeft circa vijf jaar geduurd en uiteindelijk heeft de rechter de kwestie beslecht. Hoewel de boete nu van tafel is, moet het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (BuWav) de komende jaren nog worden aangepast door het ministerie van Sociale Zaken. Ook dit vergt een bredere blik op het belang van een sector die opereert in een mondiaal speelveld.

Geen vies woord meer

Opvallend is wel dat industriepolitiek geen vies woord meer is. Zowel in ambtelijke adviezen als in de Tweede Kamer ziet men dat marktfalen en geopolitieke concurrentie meer assertiviteit van de overheid vergen.

3. Werken aan relatieherstel tussen overheid en bedrijfsleven.

In de afgelopen jaren is de verslechterde relatie tussen overheid en bedrijfsleven erg zichtbaar geworden. De kwestie met de dividendbelasting – die eerst zou verdwijnen, maar uiteindelijk niet werd afgeschaft – was daar illustratief voor. Voor ondernemersorganisatie VNO-NCW was dit de aanleiding om de eigen koers grondig te herzien. Binnen VNO-NCW werd dit bekend als het ‘Brugproject’. Het bestond uit een analyse over de wijze waarop bedrijven hun maatschappelijke relevantie moeten tonen.

‘Investeren in de relatie met politici doe je niet met een wensenlijst in de hand, maar door je rol en impact in de samenleving te laten zien.’

Een van de conclusies was de oproep tot meer transparantie en een structurele en versterkte dialoog tussen bedrijfsleven, politiek en samenleving. Die dialoog is er niet makkelijker op geworden, nu de top van het bedrijfsleven en politici elkaar steeds minder goed verstaan. Uit een enquête die ik ooit heb gehouden onder belangenbehartigers blijkt dat het merendeel van de ondervraagden vooral bij politici constateert dat deze onvoldoende kennis en oog hebben voor de impact van beleid op bedrijven.

Scheepvaart als sta-in-de-weg

Vooral in Amsterdam springt de relatie tussen het stadsbestuur en de maritieme sector eruit. Kijkend naar de plannen voor verhuizing van de Cruiseterminal aan het IJ en de debatten over de brug(gen) over het IJ, dan lijkt de scheepvaart vooral een sta-in-de-weg. Wat niet helpt is dat weinig politici een band hebben met de maritieme sector of überhaupt een bedrijfsmatige achtergrond hebben. Dit betekent werk aan de winkel voor belangenbehartigers om bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 – en in opmaat naar de gemeenteraadsverkiezingen – nog meer te investeren in de relatie met nieuwe politici. Dat doe je niet met een wensenlijst in de hand maar –om te beginnen – met het laten zien van je rol en impact in de samenleving.

Speelbal of spelverdeler

In april 2020 presenteerden ambtenaren de zogenaamde Brede Maatschappelijke Heroverwegingen. Die bestonden uit zestien interdepartementale adviezen voor een volgend kabinet. Een van de adviezen, genaamd ‘Speelbal of spelverdeler’, ging in op de concurrentiekracht in combinatie met nationale veiligheid. Sectoren zoals de maritieme sector kunnen hierop inspelen en zelf meer interdepartementaal contact kunnen organiseren. Ik ben ervan overtuigd dat je dan met een andere blik kijkt naar regelgeving voor buitenlandse werknemers en dat een volgende ‘Oasis-debacle’ wordt voorkomen.

Dit artikel verscheen eerder in het vakblad en op de website van Maritiem Nederland. Pieter Walraven van Public Matters adviseert bestuurders van bedrijven en brancheverenigingen over belangenbehartiging en hun strategische relatie met de overheid.

Foto door Albin Berlin via Pexels

'De verkiezingen en de vorming van een Regeerakkoord zijn een natuurlijk moment om de relatie met Den Haag tegen het licht te houden'

Public matters

Interesse in onze dienstverlening? Neem contact met ons op.