Nieuws

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: onduidelijk wetgevingsproces leidt tot verwarring

24-01-2023

Ondanks diverse oproepen en inspanningen in de afgelopen jaren van onder meer internationale instanties, maatschappelijke organisaties en politici om wetgeving voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) te ontwikkelen, is het onderwerp recentelijk pas een heet hangijzer geworden. De media zijn gevuld met meningen en bijdragen van zowel voor- als tegenstanders. Wat hier opvalt is dat veel verwarring en misverstanden lijken te bestaan over dergelijke wetgeving. Dit komt de dialoog over het belang en de ontwikkeling van IMVO-wetgeving niet altijd ten goede. Terwijl daar waar het cruciaal is dat bedrijven, politici, wetenschappers en maatschappelijke organisaties samenwerken om een duidelijke oplossing te vinden die in ieders belang is.

Verwarring wordt gevoed door het feit dat momenteel drie parallelle wetgevingsprocessen voor IMVO bestaan, elk met een verschillende invulling: een initiatiefwet van Kamerleden, een kabinetswetsvoorstel en Europese wetgeving. Deze blog tracht duidelijkheid verschaffen over wat deze processen inhouden.

IMVO in een notendop

De kern van IMVO is dat bedrijven gepaste zorgvuldigheid betrachten en maatregelen nemen om potentiële mensenrechten- en milieurisico’s in hun internationale activiteiten en toeleveringsketens te identificeren, te voorkomen en aan te pakken. Hiervoor bestaan verschillende internationale richtlijnen, zoals de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. In 2011 voerde de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) richtlijnen in voor internationale bedrijven om transparant te zijn over hun waardeketen. Deze richtlijnen bieden handvatten hoe met kwesties om te gaan als ketenverantwoordelijkheid, transparantie en verslaglegging, corruptie, mensenrechten, kinderarbeid, uitbuiting, dierenwelzijn en milieu. Deze richtlijnen zijn inmiddels uitgegroeid tot het internationale normenkader voor verantwoord ondernemen. Nederland en 37 andere landen zijn lid van de OESO en onderschrijven daarmee deze richtlijnen.

Gesteggel: wet of geen wet?

In de Kamer zijn veel discussies gevoerd tussen voor- en tegenstanders over de noodzaak van IMVO-wetgeving, de reikwijdte en de implicaties hiervan. Zo bestaan in Nederland al langere tijd initiatieven en sectorale samenwerking in de vorm van convenanten. De afgelopen jaren is de wettelijke verankering van IMVO dan ook het voornaamste punt van discussie, met name de invulling daarvan.

Wat vooral opvalt in dit debat is dat dit gedomineerd wordt door de vraag of het verstandig is om proactief nationale wetgeving te ontwikkelen of juist volledig in te zetten op de ontwikkeling van Europese wetgeving. Mede door een slepende discussie hierover waren begin 2021 al Kamerleden bezig met de ontwikkeling van een initiatiefwet voor nationale wetgeving. Dit staat ook centraal in het nieuw leven ingeblazen debat tussen voorstanders en critici, waar steeds meer partijen hun mening geven.

Voorstanders van IMVO-wetgeving willen wetgeving in lijn met de OESO-richtlijnen en voeren aan dat ondernemingen een verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat hun acties niet bijdragen tot schendingen van mensenrechten en milieurechten, en dat zorgvuldigheidseisen een belangrijk instrument zijn om ondernemingen aansprakelijk te stellen voor hun acties. Zij stellen ook dat de IMVO-wetgeving belangrijk is om een gelijk speelveld voor ondernemingen te creëren en koplopers niet langer worden benadeeld. Europese wetgeving is wenselijk, maar duurt volgens hen te lang. Daarom biedt nationale wetgeving totdat deze wetgeving er is uitkomst.

Critici voeren aan dat wetgeving negatieve gevolgen kan hebben voor de positie en het concurrentievermogen van ondernemingen op het internationale speelveld waar wetgeving niet voor buitenlandse partijen zou gelden, daarom zou IMVO-wetgeving ten minste op Europees niveau moeten worden geregeld. Ook bestaat angst voor een lappendeken van verschillende wetgeving, onduidelijk geformuleerde regelgeving met alle mogelijke juridische consequenties als gevolg en de vrees voor een papieren werkelijkheid die middelen afleidt van belangrijke bedrijfsactiviteiten en daadwerkelijke impact.

De achilleshiel van Europa

Het Nederlandse kabinet is voorstander van IMVO-wetgeving op Europees niveau en heeft in de afgelopen jaren, onder leiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken en onder toezicht van toenmalig ministers voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) Sigrid Kaag, Tom de Bruijn en de huidige minister Liesje Schreinemacher, druk gezet op voortvarende ontwikkeling hiervan. Na de zoveelste vertraging van publicatie van een Europese richtlijn, raakte op een gegeven moment het geduld met Brussel op en werd besloten – door flinke druk vanuit de Kamer – om parallel aan EU-wetgeving óók nationale wetgeving te ontwikkelen. Dit om voorbereid te zijn op snelle implementatie en om Europese wetgeving te simuleren door het juiste voorbeeld te geven. Hierbij streeft het kabinet naar dat zo’n wet effectief, duidelijk en uitvoerbaar moet zijn. In het coalitieakkoord Rutte IV werd dan ook vastgelegd dat Nederland zich in de EU inzet voor IMVO-wetgeving en nationale wetgeving invoert die rekening houdt met een gelijk speelveld met de omringende landen en implementatie van deze EU-regelgeving.

Uiteindelijk publiceerde de Europese Commissie in februari 2022 een voorstel voor de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD), die verplicht het toepassen van gepaste zorgvuldigheid voor grote bedrijven die actief zijn op de Europese markt. Afgelopen december 2022 nam de Raad een afgezwakte versie aan, waarbij onder meer directieleden niet langer aansprakelijk worden gesteld en de reikwijdte van het voorstel is beperkt. Opvallend was dat Nederland tegen dit compromis stemde omdat het achterbleef bij de Nederlandse inzet. Toch blijft het kabinet zich inzetten voor Europese wetgeving. Op dit moment buigt het Europese Parlement zich over het voorstel en de trialogen (de onderhandelingen tussen de Commissie, Parlement en de EU-lidstaten) zullen waarschijnlijk starten in mei 2023, waar nog een pittige discussie wordt verwacht. De Europese Commissie heeft de ambitie een overeenkomst te bereiken voor de verkiezingen van 2024, dit omdat het Europees Parlement daarna wel eens een heel andere samenstelling zou kunnen hebben met andere gedachten over IMVO-wetgeving.

Een initiatief vanuit de Tweede Kamer

Desondanks dat het kabinet bezig is met een eigen nationaal wetsvoorstel, zijn deze voorbereidingen tijdelijk stilgezet in november 2022 toen Tweede Kamerleden Stieneke van der Graaf (Christen Unie), Jasper van Dijk (SP), Joris Thijssen (PvdA), Tom van der Lee (GroenLinks), Marieke Koekkoek (Volt) en Alexander Hammelburg (D66) een initiatiefvoorstel indienden. Volgens de initiatiefnemers duurt de ontwikkeling van zowel nationale als Europese IMVO-wetgeving te lang. Aan het initiatiefwetsvoorstel is lang gewerkt door de fracties en is mede gebaseerd op adviezen van de Raad van State en het Europese wetsvoorstel. Het is de vraag of in zowel de Tweede als Eerste Kamer een meerderheid voor het initiatief zal zijn. Zo was de Kamer verdeeld tijdens het parlementaire rondetafelgesprek (18/1) dat onlangs werd georganiseerd en dat vooraf werd gegaan door een flinke mediastorm waarin voor- en tegenstanders zich roerden. Minister Schreinemacher is momenteel in gesprek met de initiatiefnemers om de mogelijkheden onderzoeken naar eventuele synergie en een breed gesteund kabinetsvoorstel. Meer informatie hierover wordt tegen de zomer verwacht.

Kabinet speelt cruciale rol in besluitvorming en constructieve dialoog

De discussie die in Nederland recentelijk is opgelaaid draait voornamelijk om het initiatiefwetsvoorstel van Kamerleden. Dit terwijl tegelijkertijd in Europa momenteel nog gesproken wordt over de invulling van Europese wetgeving en het kabinet naar verwachting deze zomer een eigen wetsvoorstel publiceert. Elk van deze wetsvoorstellen kennen eigen unieke kenmerken en uitdagingen, en het is daarom belangrijk om dit in de juiste context te begrijpen. Het debat rond de IMVO-wetgeving onderstreept daarom het belang van en de behoefte aan duidelijke en eenduidige wetgeving.

Hoewel aan de late kant, is het positief dat meer politici, bedrijven en andere organisaties wakker lijken te zijn geworden en de discussie ruimhartig voeden. In de komende periode kan belangenbehartiging dan ook een belangrijke rol spelen bij het creëren van draagvlak en wederzijds begrip. Voor het kabinet, en minister Schreinemacher in het bijzonder, is een cruciale rol weggelegd om politici, bedrijfsleven, wetenschappers en maatschappelijke organisaties te verbinden om niet alleen overeenstemming te bereiken over welke richting de IMVO-wetgeving uitgaat, maar ook om te zorgen voor een constructieve dialoog. Een goed startpunt hiervoor was de internationale conferentie over IMVO die minister Schreinemacher organiseerde (23/1), waar onder meer Eurocommissaris Didier Reynders (verantwoordelijk voor het IMVO-dossier), Europarlementariër Lara Wolters (rapporteur voor het dossier), vertegenwoordigers van omringende landen en het bedrijfsleven bij elkaar kwamen om met elkaar van gedachten te wisselen.

Hoewel veel discussie is over de mogelijke gevolgen van dergelijke wetgeving, het is duidelijk dat een groeiende behoefte is aan verantwoordelijkheid en transparantie voor bedrijven om te zorgen voor een eerlijke en duurzame toekomst voor ons allemaal. Of dit nu via een Kamerinitiatief, het kabinet of Brussel is, wetgeving zal volgen.

Public Matters informeert en adviseert bedrijven en organisaties onder meer over IMVO-wetgeving en soortgelijke (internationale) wetgeving voor bedrijfsactiviteiten. Bekijk onze website voor meer informatie of neem contact met ons op om te zien hoe wij u kunnen ondersteunen.

"Hoewel veel discussie is over de mogelijke gevolgen van dergelijke wetgeving, het is duidelijk dat een groeiende behoefte is aan verantwoordelijkheid en transparantie voor bedrijven om te zorgen voor een eerlijke en duurzame toekomst voor ons allemaal."

Mike de Wit

Senior Account Executive

+31 (0)70 304 6499

Public matters

Interesse in onze dienstverlening? Neem contact met ons op.