Blog

Van groei naar voorwaarden: lokale keuzes bepalen het vestigingsklimaat

08-07-2026

Wie de economische paragrafen uit de verkiezingsprogramma’s van de vijf grootste partijen in de vijf grootste steden in 2022 en 2026 naast elkaar legt, ziet een duidelijke kanteling in wat gemeentelijke partijen bezighoudt. Voor deze analyse is gekeken naar onderwerpen binnen vijf economische categorieën die veel terugkomen in verkiezingsprogramma’s en zowel lokaal als landelijk politieke aandacht krijgen. Economie wordt lokaal steeds meer benaderd als een systeem dat actief moet worden gestuurd en aangejaagd. Gemeentes maken keuzes in wat voor soort bedrijven zij willen inpassen in de beperkte ruimte of juist willen beperken omwille van andere sectoren.

Partijen koppelen economische thema’s in 2026 vaker aan concrete knelpunten zoals schaarse ruimte op bedrijventerreinen, trage vergunningprocedures, bereikbaarheid, netcongestie en de vraag welke bedrijven in de stad passen. Daardoor verschuift de nadruk naar keuzes over ruimte, infrastructuur, energie en vestigingsbeleid. Gemeenten bepalen in een scherper lokaal getailleerd verhaal welk type bedrijvigheid zij willen faciliteren en welke functies voorrang krijgen in de beperkte stedelijke ruimte.

Wanneer we de programma’s systematisch analyseren, zien we dat bepaalde economische thema’s in 2026 veel vaker terugkomen dan in 2022. Regeldruk en vergunningverlening bijvoorbeeld worden veel meer genoemd: een stijging van twee-derde. Lokale partijen lijken hiermee de oproep binnen de landelijke politiek, met bijvoorbeeld het Wennink-rapport en het Actieprogramma Regeldruk, te volgen. In het verlengde hiervan stijgt de aandacht voor ruimte voor bedrijven in de programma’s. Daartegenover staat een opvallende daler. Arbeidsmarkt en talent, in 2022 een van de meest genoemde onderwerpen zakt in 2026, met een afname van bijna 30 procent.

Wat opvalt, is dat een aantal thema’s in 2026 niet alleen vaker voorkomt, maar ook inhoudelijk verder wordt uitgediept dan voorheen in lokale programma’s. Voor thema’s als netcongestie, bereikbaarheid, vergunningverlening voor grootschalige projecten en in bredere zin de toekomstbestendigheid van een regio wordt minder naar Den Haag gekeken, maar worden lokale plannen uitgediept. Ook onderwerpen als geopolitieke weerbaarheid, met ruim drie keer zo veel vermeldingen in vergelijking met 2022, vinden hun weg naar lokale programma’s.

Deze cijfers vertellen een interessant verhaal. De aandacht verschuift van wie er werkt en hoe veel, naar waar en onder welke voorwaarden er nog gewerkt kan worden. Daarmee draait economische ontwikkeling steeds vaker om het vestigingsklimaat: de beschikbaarheid van ruimte, netcapaciteit, bereikbaarheid, vergunningen en andere lokale randvoorwaarden die bepalen of bedrijvigheid in een gemeente mogelijk blijft. Waar gemeenten eerder vooral dachten in stimuleren en aantrekken, verschuift de focus nu naar organiseren, begrenzen en prioriteren.

Voor organisaties betekent dit dat het speelveld verandert. De vraag is niet langer of een gemeente open staat voor bedrijvigheid, maar welke economie zij mogelijk wil maken en onder welke voorwaarden. Het lijkt erop dat deze houding ook steeds meer gevraagd wordt vanuit de landelijke politiek en daarmee een blijvende modus operandi is om zich als lokale overheid effectief te positioneren richting Rijk. Dat vraagt om een andere manier van positioneren. Bedrijven en sectoren die hun belang blijven formuleren in algemene termen, sluiten minder goed aan bij het debat. Wie invloed wil uitoefenen, zal zijn verhaal moeten vertalen naar concrete vraagstukken rondom ruimte, energie, mobiliteit en regelgeving. Hierbij moet rekening worden gehouden met hoe nieuwe bedrijvigheid past binnen de afwegingen die een gemeente moet maken en hoe de gemeente zichzelf wil onderscheiden.

Met de publicatie van de meeste coalitieakkoorden deze maand blijft timing een cruciale factor. Nu de hoofdlijnen vastliggen, verschuift de invloed naar de uitwerking: uitvoeringsagenda’s, begrotingen, raadsvoorstellen en beleidsprogramma’s. Juist in deze fase kunnen organisaties zichtbaar maken wat nieuwe gemeentelijke prioriteiten betekenen voor het vestigingsklimaat, waar kansen of knelpunten ontstaan en welke bijdrage zij zelf kunnen leveren aan de lokale economische agenda. En nu de landelijke politiek door toenemende complexiteit steeds vaker kijkt naar lokale oplossingen voor zichtbaar resultaat, ligt ook de sleutel voor beleidsverandering meer dan ooit lokaal.

Voor deze analyse zijn de economische paragrafen uit de verkiezingsprogramma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 en 2026 van de vijf grootste politieke partijen in de vijf grootste Nederlandse gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven) onderzocht. Per programma is de paragraaf over economie, ondernemerschap, vestigingsklimaat of een vergelijkbaar beleidsterrein geselecteerd. Vervolgens is met behulp van een trefwoordanalyse het aantal verwijzingen geteld binnen vijf vooraf gedefinieerde economische thema’s: arbeidsmarkt en talent, regeldruk en vergunningverlening, ruimte voor bedrijven, innovatie en digitalisering, en duurzaamheid en energietransitie. De categorieën zijn gekozen omdat zij zowel in lokale economische agenda’s als in landelijke politieke discussies structureel terugkeren. In totaal zijn vijftig verkiezingsprogramma’s geanalyseerd (25 programma’s uit 2022 en 25 programma’s uit 2026).

'Gemeenten bepalen in een scherper lokaal getailleerd verhaal welk type bedrijvigheid zij willen faciliteren en welke functies voorrang krijgen in de beperkte stedelijke ruimte.'

Tjeerd Froentjes

Senior Account Executive