Start Ierse voorzitterschap: ‘Strength with Unity’
Per 1 juli heeft Ierland het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie overgenomen van Denemarken. Daarmee begint niet alleen een nieuw halfjaar onder Ierse leiding, maar ook een nieuw voorzitterschapstrio met Litouwen en Griekenland. De drie landen bepalen gezamenlijk de strategische koers van de Raad tot eind 2027, waarbij Ierland het komende halfjaar de werkzaamheden van de Raad leidt.
Competitiveness, values and security
Wie het werkprogramma leest, ziet één duidelijke rode draad: concurrentiekracht. Vrijwel ieder beleidsdossier wordt door Ierland bekeken vanuit de vraag hoe Europa economisch sterker, innovatiever en minder afhankelijk kan worden van derde landen. Regeldruk moet omlaag, de interne markt moet beter functioneren en investeringen in strategische technologie moeten omhoog.
Daarmee sluit het Ierse voorzitterschap aan bij de bredere Europese koers. Sinds het Draghi-rapport staat concurrentiekracht hoog op de Brusselse agenda. Ook in Nederland is deze discussie herkenbaar, onder meer via het Rapport Wennink en de bredere inzet van het kabinet-Jetten op innovatie, strategische autonomie en een sterker vestigingsklimaat.Democratie, de rechtsstaat en fundamentele rechten vormen volgens het voorzitterschap het fundament onder de Europese concurrentiekracht en veiligheid. Ook wil Ierland de relaties met strategische partners, waaronder de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, stabiliseren en versterken. In een geopolitiek onrustige tijd kiest het voorzitterschap daarmee nadrukkelijk voor samenwerking met gelijkgezinde partners.
Europese technologische soevereiniteit
Voor organisaties die actief zijn in de techsector wordt dit in het bijzonder een cruciaal voorzitterschap. Ierland start de onderhandelingen over onder andere. De Cloud & AI Development Act (CADA) en de Chips Act 2, en wil tegelijkertijd werk maken van de bredere discussie over Europese digitale soevereiniteit. Daarmee bouwt het voort op het Tech Sovereignty Package, dat de Europese Commissie begin juni presenteerde, waarin strategische autonomie, cloudcapaciteit, AI, digitale infrastructuur en minder afhankelijkheid van buitenlandse technologie centraal staan.
Dat betekent dat organisaties niet langer kunnen volstaan met een algemeen innovatie- of digitaliseringsverhaal. Zij zullen concreet moeten maken hoe hun technologie bijdraagt aan Europese weerbaarheid, veiligheid en het verminderen van strategische afhankelijkheden. Strategieën die eerder vooral waren gericht op schaal, markttoegang of compliance, zullen moeten worden aangevuld met een overtuigend soevereiniteitsnarratief.
Ierland profileert zich als voorstander van het vergroten van Europa’s digitale autonomie, zonder daarbij strategische partners zoals de Verenigde Staten uit te sluiten. Tegelijkertijd is het land het Europese thuis van vrijwel alle grote “Big Tech” bedrijven. Ierland gaat dus onderhandelingen leiden over wetgeving die Europa juist meer grip moet geven op de marktmacht van bedrijven die vanuit Dublin opereren. Dat maakt dit voorzitterschap politiek gevoeliger dan het op het eerste gezicht lijkt. De kernvraag voor zowel grote, als MKB techbedrijven, is hoe zij aantoonbaar bijdragen aan de Europese beleidsdoelen, zonder nieuwe afhankelijkheden te creëren.
Blik vooruit
Tijdens de onderhandelingen van de komende twee jaar wordt bepaald hoe ver Europa wil gaan in het terugdringen van strategische afhankelijkheden, het versterken van Europese alternatieven, het reguleren van Big Tech en het versterken van de Europese concurrentiekracht.
De tweede helft van 2026 markeert dus niet alleen een nieuw voorzitterschap, maar ook het echte begin van de onderhandelingen over Europa’s digitale toekomst. De vraag is dan ook niet of organisaties zich moeten voorbereiden, maar welke rol zij daarin willen spelen.
"Wie het werkprogramma leest, ziet één duidelijke rode draad: concurrentiekracht"



