Prinsjesdag 2026: de begroting ligt er, maar steun is onzeker
Kort samengevat
- Economische groei staat centraal, met middelen voor investeringen, innovatie, infrastructuur en de energietransitie.
- Het kabinet belooft fiscale stabiliteit voor ondernemers en wil netcongestie, regeldruk en knelpunten in de vergunningverlening aanpakken.
- De defensie-uitgaven stijgen. Tegelijkertijd doet het kabinet concessies op sociale zekerheid en koopkracht om bredere politieke steun te vinden.
- Zonder meerderheid in de Tweede én Eerste Kamer staan de coalitie onderhandelingen te wachten die de begroting nog aanzienlijk kunnen veranderen.
Politieke context: balanceren voor Jetten
Vandaag presenteerde het kabinet op Prinsjesdag de begroting en het Belastingplan voor 2027. De plannen zetten in op economische groei via investeringen in innovatie, infrastructuur en schone energie, naast hogere defensie-uitgaven en maatregelen om huishoudens te ondersteunen. Voor het minderheidskabinet van premier Rob Jetten (D66) is het vinden van parlementaire steun nu de volgende uitdaging.
In de Troonrede benadrukte koning Willem-Alexander namens de regering het belang van samenwerking. Daarbij richtte hij zich expliciet tot partijen buiten de coalitie. Hij riep op tot oplossingen voor langlopende maatschappelijke problemen, maar erkende ook dat financiële grenzen lastige keuzes noodzakelijk maken.
Die oproep weerspiegelt de politieke werkelijkheid. Met 66 van de 150 zetels in de Tweede Kamer en ook geen meerderheid in de Eerste Kamer is de coalitie van D66, VVD en CDA in beide Kamers afhankelijk van de oppositie. In de aanbiedingsbrief bij de Miljoenennota schrijft minister Eelco Heinen (Financiën, VVD) dat de inbreng van oppositiepartijen al is verwerkt in de plannen. Hij presenteert de begroting als een eerste stap naar bredere akkoorden met het parlement, werkgevers en vakbonden, waarbij aanpassingen mogelijk blijven.
Toch blijven zowel linkse als rechtse oppositiepartijen kritisch, net als de vakbonden. De zoektocht naar steun legt bovendien verschillen binnen de coalitie bloot: D66 werkt bij voorkeur samen met Pro, terwijl de VVD meer ziet in een akkoord met JA21. Jetten moet mogelijke partners aangehaakt houden en tegelijkertijd de eenheid binnen zijn kabinet bewaken.
Economische vooruitzichten: groei als nationale opgave
De economische agenda van het kabinet rust op drie pijlers: investeren, hervormen en internationaal samenwerken. Door netcongestie, regeldruk en vertragingen bij vergunningverlening aan te pakken, wil het kabinet private investeringen mogelijk maken. Daarnaast zet het in op hogere productiviteit en een grotere arbeidsparticipatie.
De economische groei neemt naar verwachting af van 1,4% in 2026 naar 1,2% in 2027. Het kabinet streeft naar een structurele groei van minimaal 1,5% om publieke voorzieningen en toekomstige welvaart te kunnen blijven financieren.
De budgettaire ruimte is beperkt. Voor 2027 wordt een begrotingstekort van 2,9% van het bbp verwacht en een overheidsschuld van 46,9%. Heinen benadrukt dat eventuele wijzigingen in de plannen van financiële dekking moeten worden voorzien.
Bedrijfsleven: financiering, innovatie en energie
Het kabinet belooft geen grootschalige lastenverzwaringen voor ondernemers, rust rond fiscale regelingen en een verdere aanpak van regeldruk. De belangrijkste maatregelen zijn:
- Investeringsfinanciering: €3,3 miljard voor een nieuwe Nationale Investeringsinstelling (NII), die de toegang tot financiering voor innovatieve ondernemingen en groeibedrijven moet verbeteren.
- Innovatie en onderzoek: €500 miljoen voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), waarmee de overheid vaker als eerste afnemer van innovatieve bedrijven kan optreden. Daarnaast wordt €375 miljoen gereserveerd voor een volgende ronde van het Nationaal Groeifonds. Een structurele investering van €428 miljoen per jaar draait eerdere bezuinigingen op R&D gedeeltelijk terug.
- Mkb: een verruiming van de Innovatiebox voor kleinere bedrijven die nieuwe producten of technologie ontwikkelen. Het betreffende plafond stijgt van €25.000 naar €100.000.
- Energie en verduurzaming van de industrie: €6 miljard aan subsidies in 2027 voor energiezekerheid en verduurzaming bij bedrijven en huishoudens. Daarnaast zijn middelen toegezegd voor onder meer het CO₂-opslagproject Aramis (€1,3 miljard), wind op zee, waterstofopslag en kernenergie.
- Digitale economie: €120 miljoen voor Nederlandse deelname aan een Europees innovatieprogramma voor AI. Ook investeert het kabinet in weerbaardere en meer diverse internationale digitale verbindingen.
- Infrastructuur en mobiliteit: €5,1 miljard extra voor het Mobiliteitsfonds tot en met 2040, waaronder €1,5 miljard in 2027 voor groot onderhoud aan wegen en bruggen. De verlaagde brandstofaccijnzen worden in 2027 verlengd, wat gunstig is voor transportintensieve bedrijven.
Andere belangrijke begrotingskeuzes
Naast deze investeringen bevat de begroting hogere uitgaven aan veiligheid en maatregelen om huishoudens te ondersteunen:
- Defensie: €600 miljoen extra in 2027 brengt de defensiebegroting op €28,9 miljard, inclusief ruim €3 miljard steun aan Oekraïne. Het geld gaat onder meer naar materieel en uitbreiding van het personeelsbestand.
- Koopkracht: de koopkracht van een doorsnee huishouden daalt naar verwachting met 0,1% in 2027. Hogere belastingen doen de positieve effecten van loon- en uitkeringsstijgingen boven de inflatie teniet. Een pakket van €1,5 miljard dempt de daling. Hogere inkomens worden sterker geraakt, terwijl sommige lagere inkomens en gepensioneerden erop vooruitgaan. De armoede blijft naar verwachting gelijk en de kinderarmoede daalt licht.
- Sociale zekerheid: de voorgenomen één-op-éénkoppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting en de verlaging van het maximumdagloon met 20% worden geschrapt. Verschillende andere maatregelen worden een jaar uitgesteld om ruimte te bieden voor gesprekken over een breed sociaal akkoord.
- Zorg: het kabinet zet in op preventie en hervormingen om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden bij personeelstekorten en stijgende kosten. De voorgenomen extra verhoging van het eigen risico wordt uitgesteld. Door indexatie stijgt deze wel van €385 naar €400 in 2027. Verdere hervormingen worden uitgewerkt in overleg met de Kamer en maatschappelijke partners.
- Wonen: circa €7 miljard tot en met 2035 moet de woningbouw versnellen. Jaarlijkse maatregelen ter waarde van €425 miljoen vergroten de investeringsruimte van woningcorporaties. Daarnaast wil het kabinet de overdrachtsbelasting voor beleggers in woningen in 2027 verlagen van 8% naar 7%.
Het kabinet laat de definitieve invulling van het koopkrachtpakket expliciet open voor overleg met de Kamer. Ook op dit punt zijn de plannen dus nog niet definitief.
Vervolg: eerst het debat, daarna de akkoorden
- Algemene Politieke Beschouwingen, 16 en 17 september: de fractievoorzitters debatteren met premier Jetten over de hoofdlijnen van de plannen. Het debat vormt een test voor zijn leiderschap en moet duidelijker maken waar de oppositie veranderingen verlangt. Een breed akkoord wordt deze week nog niet verwacht.
- Algemene Financiële Beschouwingen, 29 september tot en met 1 oktober: de financiële woordvoerders bespreken de financiële details van de begroting. Dit biedt een volgend moment om over aanpassingen te onderhandelen en steun te zoeken.
- Begrotingsbehandelingen en Belastingplan, oktober tot en met december: de Tweede Kamer behandelt de afzonderlijke departementale begrotingen en het Belastingplan 2027. De afrondende stemmingen over de begrotingen staan gepland voor de week van 8 december. Ook de Eerste Kamer moet haar goedkeuring geven.
Door de afhankelijkheid van oppositiesteun heeft het parlement veel ruimte om de begroting bij te sturen. De komende debatten bieden daarmee ook bedrijven en maatschappelijke organisaties gelegenheid om praktische gevolgen onder de aandacht te brengen en voorstellen aan te dragen terwijl de plannen hun definitieve vorm krijgen.



