Opinie

Minderheidskabinet vraagt om een ander soort lobby

26-02-2026

Dit artikel verscheen eerder op 17 februari 2026 in Het Financieele Dagblad

Minderheidskabinet vraagt om een ander soort lobby

Het was geen toeval dat het FD van 14 februari twee interviews publiceerde met belangenbehartigers van het Nederlandse bedrijfsleven. Zowel Ingrid Thijssen (VNO-NCW) als Victor van der Chijs (Deltalinqs) blikten terug op de afgelopen periode en op hoe het vestigingsklimaat in Nederland verslechterde. Beiden klonken soms gefrustreerd. Maar de vraag is of niet vooral de lobbystrategie van het georganiseerde bedrijfsleven aan herijking toe is in het nieuwe politieke tijdperk.

VNO-NCW is van oudsher sterk in een technocratische benadering. De organisatie zit bovenop de ambtelijke beleidsvorming, denkt mee over wetsartikelen en uitvoeringsregels en onderhoudt intensieve contacten met ministeries en bewindspersonen. Dat werkte in een tijd waarin regeerakkoorden dichtgetimmerd waren en departementen de politieke koers grotendeels uitzetten.
De frustratie dat het bedrijfsleven ‘niet of te laat is gehoord’ verraadt vooral een strategie die nog sterk leunt op het poldermodel. De uitspraak dat “het bedrijfsleven geen pinapparaat is” klinkt herkenbaar, maar ook als een grijsgedraaide plaat. Wie in een veranderde politieke omgeving hetzelfde verhaal blijft herhalen, moet zich afvragen of niet de aanpak zelf het probleem is.

Een alternatief is zichtbaar in Rotterdam. Victor van der Chijs koos met Deltalinqs de afgelopen jaren bewust voor scherpere publieke positionering en zocht tegelijkertijd de samenwerking met het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Daarmee werden de zorgen over de positie van de industrie nadrukkelijker op de politieke agenda gezet. Hoewel sommige maatregelen misschien te laat komen, lijkt het tij te keren. Het laat zien dat een scherper en activistischer geluid effect heeft. Dat is een les voor de volgende voorzitter van VNO-NCW.

Met een minderheidskabinet voor de boeg wordt de rol van de Tweede Kamer groter. Of de Kamer daar institutioneel al volledig op is ingericht, moet nog blijken. Maar voor de nieuwe voorzitter van VNO-NCW betekent dit dat de focus niet langer primair op departementale toegang kan liggen. Er zal meer geïnvesteerd moeten worden in structurele relaties met Kamerleden en fracties. En vooral: in het vermogen om zelf initiatieven te agenderen en wisselende meerderheden te organiseren.

"Er zal meer geïnvesteerd moeten worden in structurele relaties met Kamerleden en fracties. En vooral: in het vermogen om zelf initiatieven te agenderen en wisselende meerderheden te organiseren."