Blog

Kabinet-Jetten I op het bordes: nieuwe regeerperiode van start

23-02-2026

Vanochtend stond het nieuwe kabinet op het bordes van Paleis Huis ten Bosch. Met de beëdiging door koning Willem-Alexander is, na 117 dagen formeren, kabinet-Jetten I officieel begonnen. Het demissionaire kabinet is daarmee verleden tijd. Later vandaag volgt de eerste ministerraad en presenteert de ploeg zich op het Catshuis aan de pers.

Het is in meerdere opzichten een bijzonder kabinet. Rob Jetten is niet alleen de eerste D66’er die minister-president wordt, maar ook de jongste premier ooit. Bovendien leidt hij een minderheidskabinet zonder formele gedoogpartner; een constructie die we sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer hebben gezien. Dat betekent dat iedere wet, ieder begrotingsvoorstel en iedere hervorming opnieuw politieke steun zal moeten vinden in de Kamer.

Een ploeg met ervaring én verrassingen

Kabinet-Jetten I telt 28 bewindspersonen: 18 ministers en 10 staatssecretarissen. De coalitie van D66, VVD en CDA heeft gekozen voor een mix van bekende Haagse gezichten en opvallende benoemingen van buiten de landelijke politiek.

Bij de VVD springt direct de keuze voor Dilan Yeşilgöz in het oog. De partijleider, in het nieuwe kabinet tevens vicepresident, verruilt de Tweede Kamer voor het ministerie van Defensie – het enige departement dat er de komende jaren miljarden bij krijgt. Daarmee positioneert de VVD zich nadrukkelijk op veiligheid en internationale stabiliteit. Op Financiën blijft Eelco Heinen zitten, de econoom die zich graag spiegelt aan Gerrit Zalm en de begrotingsdiscipline bewaakt.

D66 zet zwaar in op zowel ervaring als vernieuwing. Rianne Letschert, tot voor kort voorzitter van de Universiteit Maastricht en informateur bij deze formatie, verhuist naar Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hans Vijlbrief krijgt op Sociale Zaken de taak om financieel gevoelige keuzes te maken. En op Landbouw staat met Jaimi van Essen (D66) – een jonge wethouder uit Deventer – een relatieve nieuwkomer voor een van de meest weerbarstige dossiers van dit moment: stikstof, natuurherstel en de toekomst van de landbouw.

Het CDA kiest voor een combinatie van politieke ervaring en bestuurlijke vernieuwing. Pieter Heerma keert terug in een prominente rol op Binnenlandse Zaken. Op Economische Zaken en Klimaat maakt Heleen Herbert de overstap vanuit het bedrijfsleven naar de landelijke politiek. Bart van den Brink (CDA) is benoemd tot minister van Asiel en Migratie en vicepremier. Als ervaren kracht achter de schermen en rechterhand van partijleider Henri Bontenbal tijdens de formatie geldt hij als een vertrouweling binnen de partij.

Opvallend is ook dat Sandra Palmen als partijloze staatssecretaris Herstel Toeslagen aanblijft. Zij was eerder verbonden aan NSC, maar zet haar werk voort om de hersteloperatie rond het toeslagenschandaal af te ronden – een keuze die nadrukkelijk in het teken staat van continuïteit boven partijpolitiek.

Economie, klimaat en digitalisering onder één dak

Nog voor de beëdiging kwam het kabinet afgelopen weekend bijeen voor het constituerend beraad: de oprichtingsvergadering waarin de precieze taakverdeling en werkafspraken zijn vastgelegd. Daar zijn direct enkele bestuurlijke accenten zichtbaar geworden, die ook naar voren komen in het eindverslag van formateur Jetten dat dit weekend naar de Kamer werd verstuurd.

De aparte ministeries van Asiel en Migratie, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Klimaat en Groene Groei worden weer ondergebracht bij hun oorspronkelijke departementen: respectievelijk Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Economische Zaken. Daarmee kiest het kabinet voor minder bestuurlijke versnippering.

Tegelijkertijd wordt Economische Zaken expliciet verbreed. De portefeuilles circulaire economie (voorheen I&W) en digitale zaken (voorheen BZK) verhuizen naar dit departement, dat overigens voortaan officieel weer het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heet.

Formatie afgerond, uitvoering van start

Met de beëdiging is de formatie formeel afgerond, maar het politieke werk begint nu pas. Op 25 en 26 februari volgt het debat over de regeringsverklaring. Minister-president Jetten zet daar namens het kabinet de koers uiteen. Voor het minderheidskabinet wordt dit direct een belangrijke test: moties die aan het einde van het debat worden ingediend en waarover meteen wordt gestemd, geven een eerste indicatie van de politieke speelruimte en steun van de Kamer voor de plannen uit het coalitieakkoord.

Achter de schermen start ondertussen de inrichting van het kabinet. Bewindspersonen benoemen hun politiek assistenten – de cruciale schakel tussen Kamer en ministerie – en de departementen publiceren introductiedossiers met informatie over lopend beleid, wetgeving en uitvoeringsvraagstukken. Deze dossiers worden openbaar en bieden ook extern inzicht in de beleidsagenda en organisatie.

Daarmee begint feitelijk de regeerperiode. Naast de uitvoering van het regeerakkoord staat voor het nieuwe kabinet de komende weken veel in het teken van oriëntatie en kennismaking met bedrijven, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke partijen. Het startschot van het nieuwe kabinet is gelost, het echte spel begint nu pas.