Gemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn kansen, geen bedreigingen
Het benutten van verschillende samenwerkingsverbanden voor gemeenten is een noodzaak, zo bepleiten collega’s Wimer Heemskerk en Nina Sophie Vroom in Binnenlands Bestuur.
Op het najaarscongres van de VNG werd een motie aangenomen om afspraken te maken met bestuurlijke netwerken, zoals de M50, P10 en G4, ‘om zich te beperken tot kennisdeling, ontmoeting en inspiratie’. In de ogen van Wimer en Nina Sophie is dat kortzichtig. De vermeende ‘versnippering’ in gemeenteland kan juist helpen de verbinding tussen landelijk en lokaal bestuur te herstellen.
Dat er zorgen zijn over de positie van gemeenten valt goed te begrijpen. Van gemeentefinanciën tot de Spreidingswet.
Tegelijkertijd trekt het Rijk de teugels aan. Via specifieke uitkeringen (SPUK’s) en het verdelen van omvangrijke middelen in bestuurlijke overleggen en regiodeals worden gemeenten ogenschijnlijk tegen elkaar uitgespeeld. Deze vorm van sturing maakt het voor het Rijk mogelijk scherpere keuzes te maken, maar zet ook de solidariteit tussen gemeenten onderling onder druk.
Juist die groeiende afstand tot Den Haag en de toenemende concurrentie tussen gemeenten hebben geleid tot meer onderlinge samenwerking tussen lobbyende gemeenten. En dat is goed nieuws voor gemeenteland.
De Haagse politiek is onmiskenbaar hijgeriger geworden. De constante druk van (sociale) media, de drang om snel te scoren en de verdere versnippering in de Kamer maken dat er nauwelijks nog ruimte is voor verdieping. Ook het aantal dossiers waarover gemeenten willen meepraten is gegroeid. Hoe kom je nog tot een inhoudelijk gesprek over toenemende dakloosheid met een Kamerlid dat ook verantwoordelijk is voor onderwijs, financiën en migratie?
Het volledige artikel vind je hier: Gemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn kansen, geen bedreigingen
"Juist die groeiende afstand tot Den Haag en de toenemende concurrentie tussen gemeenten hebben geleid tot meer onderlinge samenwerking tussen lobbyende gemeenten."



