Nieuws

Controlerende en vertegenwoordigende functies van de Tweede Kamer versterkt

29-06-2022

Wie de afgelopen weken een blik wierp op de parlementaire commissieagenda’s is viel iets nieuws op: de strategische procedurevergadering. Deze zijn nieuw op de agenda van de vaste Tweede Kamercommissies en maken deel uit van een breder pakket aan aanbevelingen en praktische werkafspraken afkomstig uit het adviesrapport ‘’Versterking functies Tweede Kamer – Meer dan de som der delen’’. De afgelopen weken zijn leden van de werkgroep Van der Staaij – verantwoordelijk voor dit rapport – de verschillende commissies langsgegaan om hun rapport nader toe te lichten en de verdere uitvoering te bespreken.

Adviesrapport

In de zomer van 2021 besloot het Presidium – het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer – de werkgroep Van der Staaij in te stellen. Deze commissie had tot doel te adviseren op welke wijze de wetgevende, controlerende en vertegenwoordigende functies van de Kamer zouden kunnen worden verbeterd. Het adviesrapport van de commissie zou moeten leiden tot een concrete en praktische werkagenda ten aanzien van het functioneren van de Kamer.

Eind vorig jaar bood de werkgroep haar eindrapport aan. Na behandeling ervan in de Kamer beginnen de eerste concrete aanbevelingen die zijn overgenomen nu vorm te krijgen. De werkgroep heeft naar eigen zeggen niet ‘gepoogd het wiel opnieuw uit te vinden’, en vooral gekeken welke instrumenten en er al liggen, en hoe deze optimaal kunnen worden ingezet. Het rapport geeft handvatten om het werk in de Kamer efficiënter in te richten; het gaat dus niet om méér doen, maar voornamelijk om dingen slimmer doen. In dit proces is een belangrijke rol weggelegd voor de vaste Kamercommissies.

De commissies als werkpaarden van het Parlement

Tijdens de presentatie van het rapport door Tweede Kamerlid Joost Sneller (D66) in de commissie Economische Zaken en Klimaat (EZK) vorige maand liet mede-werkgroeplid Renske Leijten (SP) er geen twijfel over bestaan: ‘’het echte werk vindt in de commissies plaats’’. Sneller voegde toe dat het belang van het commissiewerk lang niet altijd tot uitdrukking komt in de praktijk. Bijvoorbeeld door de lage opkomst bij procedurevergaderingen en rondetafelgesprekken, en de gebrekkige voorbereiding van sommige Kamerleden. Dit ligt niet alleen aan de Kamerleden zelf, maar zeker ook aan de huidige inrichting van het parlementaire werk. Daarom doet de werkgroep diverse voorstellen ter bevordering van het werk van de commissies.

Een interessant voorstel is de eerder genoemde strategische procedurevergadering. Deze nieuwe en aanvullende procedurevergadering moet een aantal keer per jaar worden gehouden en de commissieleden helpen meer overzicht te krijgen. Zodanig dat zij hun parlementaire werk efficiënter in kunnen richten. Tijdens een strategische procedurevergadering kijkt de commissie verder vooruit dan gebruikelijk. Er wordt besproken wat de komende maanden te verwachten is, wat men wel (of niet) wil prioriteren en wat de commissie nodig heeft voor een gedegen behandeling van belangrijke stukken. Volgens de werkgroep is de huidige opkomst voor procedurevergaderingen relatief laag en komt het te vaak voor dat met slechts enkele commissieleden – vaak van de grotere (coalitie)fracties vanwege de capaciteit – belangrijke besluiten worden genomen of bijvoorbeeld kennisagenda’s worden opgesteld, waar de commissie vervolgens langere tijd aan vast zit.

Focus op inhoud

Een andere interessante aanbeveling aan de vaste commissies is dat zij vaker gebruik dienen te maken van zogenaamde rapporteurs op belangrijke dossiers. Dit zijn commissieleden die namens de hele commissie het voortouw nemen bij de behandeling van een bepaald dossier. Dit versterkt de kennispositie van de commissie, aangezien niet elke fractie meer haar eigen research hoeft te doen. Dit zorgt ervoor dat de commissies meer als één blok kunnen fungeren: ze kunnen hierdoor gezamenlijk een positie innemen en bijvoorbeeld ook gezamenlijk (schriftelijke) inbreng leveren. Nu is het nog te vaak zo dat, met name bij complexe wetgeving, alleen grote fracties inbreng (kunnen) leveren. Door meer met rapporteurs te werken wordt het Kamerwerk niet alleen efficiënter maar ook democratischer.

Om de Kamer beter toe te rusten op haar wetgevende en controlerende taken, is onlangs – mede op advies van de werkgroep Van der Staaij – tevens een pilot gestart waarin de Dienst Analyse en Onderzoek (DAO) versterkt wordt met extra medewerkers voor inhoudelijke ondersteuning van Kamerleden en rapporteurs. Eind 2023 wordt bezien of een structurele uitbreiding van de DAO gewenst is en op welke manier deze het best ingericht kan worden.

Overige aanbevelingen en vooruitblik

Uiteraard richtte het rapport zich niet uitsluitend op de commissies maar ook op de Kamer als geheel. Overige kernpunten uit het rapport: betrek het perspectief van de burger beter bij het totstandkomen en controleren van wetgeving, versterk contacten met ministeries en uitvoeringsorganisaties (ooit ingeperkt door de zogenaamde ‘oekaze Kok’), en zorg tot slot voor voldoende ambtelijke ondersteuning en voldoende (externe) expertise. Al met al zijn alle Kamerleden met elkaar verantwoordelijk voor de Tweede Kamer als instituut, zo stelt de werkgroep.

Sneller (D66) gaf aan de vinger aan de pols te willen houden. Zodoende kondigde hij aan dat hij – samen met zijn medewerkgroepleden – over een jaar weer op de stoep staat bij de commissies om te kijken wat er gedaan is met de aanbevelingen uit het rapport. Immers: de weg naar een betere en efficiëntere werking van het parlement is ongetwijfeld niet zonder de nodige obstakels.

"Tijdens de presentatie van het rapport door Tweede Kamerlid Joost Sneller (D66) in de commissie Economische Zaken en Klimaat (EZK) vorige maand liet mede-werkgroeplid Renske Leijten (SP) er geen twijfel over bestaan: 'het echte werk vindt in de commissies plaats'."

Public matters

Interesse in onze dienstverlening? Neem contact met ons op.