Belangenbehartiging in een ongebruikelijke formatie
Waar in het gebruikelijke formatieproces vaak pas later wordt begonnen met serieuze inhoudelijke gesprekken, gebeurt dat nu al in een vroeg stadium. Verkenner Wouter Koolmees laat D66 en CDA drie weken werken aan een “positieve agenda”: niet om te onderzoeken of er genoeg raakvlak is, maar om daadwerkelijk de contouren te schetsen van wat later een regeerakkoord moet worden. Volgens verkenner Koolmees is het te vroeg om meerderheidsvarianten uit te werken, omdat die door blokkades “direct kunnen vastlopen”. Eerst moet er een richtinggevend raamwerk komen; pas daarna wordt duidelijk of een meerderheidskabinet, minderheidskabinet of een variant met gedoogsteun het meest haalbaar is.
Deze keuze zorgt voor politieke spanning. VVD-leider Dilan Yesilgöz vindt dat effectievere stappen denkbaar waren, JA21 noemt de aanpak “niet recht doen aan de uitslag”, en PVV-leider Geert Wilders vindt dat er tijd wordt “verspild” zolang de blokkade richting zijn partij blijft bestaan. Maar voor belangenbehartigers ontstaat juist door deze vroege inhoudelijke stap een belangrijke kans: een moment waarin richtinggevende keuzes nog niet zijn gemaakt, de inhoud nog open ligt en maatschappelijke input nog daadwerkelijk mee kan wegen.
Vroegtijdig de inhoud op tafel
Verkenner Koolmees benadrukte tijdens het debat over de verkiezingsuitslag dat de komende drie weken niet bedoeld zijn om tijd te rekken, maar om “serieuze keuzes te kunnen maken” en “elkaars nieren te proeven”. Daarmee is deze fase meer dan een veredelde verkenning: het is de start van echte richtingvorming. D66 en CDA moeten een agenda opstellen die aantrekkelijk genoeg is voor VVD, GL-PvdA, JA21 en mogelijk kleinere partijen. De tekst mag dus niet te scherp of uitgesproken zijn, maar moet uitnodigen tot brede aansluiting – op thema’s als migratie, wonen, stikstof, economie en defensie.
Dat maakt de komende weken tot een politiek-inhoudelijke schetsfase waarin probleemdefinities, uitgangspunten en prioriteiten worden vastgelegd, maar nog niet verankerd. De “positieve agenda” wordt geen dichtgetimmerde blauwdruk, maar een richtinggevend raamwerk. Precies dat maakt deze fase bijzonder relevant voor belangenbehartigers: het is zeldzaam dat de inhoud in zo’n open vorm zó vroeg op tafel ligt en dat maatschappelijke input nog daadwerkelijk kan meewegen in het bepalen van de koers.
Concurrentie rond de tekentafel
De felle reacties van VVD en JA21 verraden vooral dat zij zien dat D66 en CDA nu de pen vasthouden bij het eerste document dat later het startpunt van de formatie wordt. Wie daarin niet voorkomt, begint in december met een achterstand – een gevoel dat in het debat in de Tweede Kamer over de formatie expliciet werd uitgesproken door partijen die vrezen dat zij straks slechts kunnen “aanhaken” bij lijnen die al zijn getrokken. Tegelijkertijd brengt deze werkwijze risico’s met zich mee voor D66 en CDA zelf. Door als eerste op te schrijven waar zij ruimte zien voor beweging, lopen Jetten en Bontenbal het risico hun onderhandelingspositie te verruimen voor anderen. Dat besef was zichtbaar: beide partijleiders knikten instemmend toen Koolmees tijdens het debat benadrukte dat de agenda richtinggevend moet zijn, maar geen “conceptregeerakkoord”.
Juist dit spanningsveld creëert kansen voor belangenbehartigers. D66 en CDA moeten concreet genoeg zijn om een geloofwaardige agenda te schetsen, maar open genoeg om hun kaarten niet te vroeg op tafel te leggen. Daardoor staan zij extra open voor input die helpt om thema’s scherp te framen zonder dat het al in uitgewerkte beleidsmaatregelen wordt gegoten. Voor organisaties ligt hier de uitdaging om probleemdefinities en oplossingsrichtingen aan te dragen én die te laten aansluiten bij het narratief van D66 en CDA.
Werken aan herkenning, niet aan verlanglijstjes
Ondanks dat deze formatie vroeg de inhoud in duikt, is dit nog geen fase voor specifieke maatregelenpakketten of sectorale verlanglijstjes. Wat telt is herkenning. Organisaties die nu helder kunnen maken waarom hun thema urgent is, hoe het zich verhoudt tot maatschappelijke zorgen en waarom het past binnen het speelveld van meerdere partijen, zetten zichzelf vroeg op de kaart.
Dat werd tijdens het debat onderstreept door meerdere fractieleiders – van Klaver tot Bontenbal en van Bikker tot Ouwehand – die opriepen tot een agenda die begint bij een scherpe probleemanalyse. In die ruimte ontstaat invloed: door mee te denken over welk probleem het nieuwe kabinet moet oplossen en waarom, niet door alvast de oplossing te willen dicteren.
Invloed vraagt om flexibiliteit en scenario’s
Dat deze formatie geen lineair traject wordt, blijkt uit de reacties van partijen rondom het “motorblok” van D66 en CDA. De irritatie bij VVD en JA21 maakt duidelijk dat er meerdere scenario’s denkbaar blijven, dat combinaties nog openstaan en dat de politieke ruimte snel kan verschuiven. In zo’n hybride proces kunnen plannen die in december kansarm lijken, in januari weer op tafel liggen – of andersom.
Voor belangenbehartigers betekent dit dat positionering niet statisch mag zijn. Een verhaal dat alleen werkt in een combinatie mét VVD of alleen in een samenwerking mét GL-PvdA is kwetsbaar. Een verhaal dat meerdere richtingen kan bedienen, blijft relevant – ongeacht welke coalitievariant aan het einde overeind blijft. Scenarioplanning is dus essentieel.
Belangenbehartiging in een ongebruikelijke formatie
De agenda van D66 en CDA dient op 9 december klaar te zijn. De komende drie weken bepalen niet het volledige beleid van een toekomstig kabinet, maar zetten wel de eerste schetslijnen uit waar latere onderhandelaars naar verwachting rekening mee moeten houden. Het debat liet zien dat er brede steun is voor de aanpak van verkenner Koolmees, maar ook grote verschillen in wat partijen van die agenda verwachten. Dat maakt deze fase politiek spannend en inhoudelijk open.
Voor belangenbehartigers is dit dus niet slechts een politiek interessant moment, maar een strategisch kansrijke fase waarin vroeg meedenken echt verschil kan maken. Wie nu zichtbaar is met een overtuigend, breed inzetbaar verhaal, vergroot zijn invloed op een moment waarop de contouren nog flexibel zijn. Deze fase biedt een kans om vroegtijdig de richting van een nieuw regeerakkoord te helpen vormen, en daarmee later meer gewicht in de schaal te leggen.
"Maar voor belangenbehartigers ontstaat juist door deze vroege inhoudelijke stap een belangrijke kans: een moment waarin richtinggevende keuzes nog niet zijn gemaakt."



