Seminar 'De lobby-staat van de senaat'

07-11-2013
Op 7 november 2013 vond het jaarlijkse Lobby-seminar "De lobby-staat van de senaat" plaats. Tijdens dit jaarlijkse Public Matters seminar wisselden meer dan 200 aanwezigen in Perscentrum Nieuwspoort van gedachten over de positie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal in het huidige politieke tijdsgewricht. Kijk hier naar de openingsbijdrage van de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Veel wordt gesproken en geschreven over de toenemende invloed van de senaat nu Nederland wordt geregeerd door een kabinet dat geen meerderheid in de senaat heeft. Maar hoe groot is die invloed of macht daadwerkelijk? En welke consequenties heeft dat voor organisaties die hun belangen willen behartigen op het Binnenhof? Worden de deeltijd-politici in de senaat meer benaderd dan ooit? Of valt het met die populariteit wel mee? En hoe ervaren zij die aandacht zelf? Wat werkt wel en wat werkt niet? Deze en andere vragen werden beantwoord tijdens het Lobby-seminar 2013.

Het seminar werd geopend door de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, mevrouw Ankie Broekers-Knol (VVD):
 
De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, mevrouw Ankie Broekers-Knol (VVD), sprak de deelnemers van het Public Matters lobby-seminar toe. Haar advies aan de aanwezige lobbyisten: “zorg dat je het werk zo goed mogelijk gedaan hebt voor en ten tijde van de behandeling in de Tweede Kamer. Zij kunnen amenderen, wij niet. Achtervolg ons dus niet dag in, dag uit en hijg ons niet in de nek”. Mocht er echter iets juridisch niet in orde zijn met een wetsvoorstel, dan kan er altijd contact worden gezocht met de Eerste Kamerleden. Broekers-Knol: "Wij willen de stem van de maatschappij graag horen en er wordt absoluut naar een groep geluisterd". Het helpt dan wanneer er al een duidelijke en concrete vraag geformuleerd is. Wanneer het Eerste Kamerlid het met deze vraag eens is, wordt deze vraag aan het kabinet gesteld om zo zoveel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Broekers-Knol benadrukte ook het belang van wetenschappelijke artikelen over wetgeving die tussen de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer verschijnen: “Daar kunnen we wat mee”.
Mevrouw Broekers-Knol merkt geen toename aan invloed van de Eerste Kamer nu Nederland in de senaat wordt geregeerd door een minderheidskabinet. De invloed van de Eerste Kamer is hetzelfde als die altijd geweest is. Van de in 2012 267 behandelde wetsvoorstellen sneuvelden er maar 3, en werd maar 1 novelle ingediend. Broekers-Knol: “wij beoordelen wetsvoorstellen op rechtmatigheid, handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat deden we, en doen we nog steeds.” Ook wordt de Eerste Kamer -- volgens haar -- niet meer belobbyed dan voorheen. Broekers-Knol: “Maar iedereen weet ons goed te vinden en dat is ook belangrijk, wij zijn een politiek lichaam met onze voeten in de maatschappij.” Deze maatschappelijke functie van Senatoren vindt Broekers-Knol een toevoeging van de Eerste Kamer en zorgt voor een goede balans tussen de Eerste- en de Tweede Kamer. Over de toegenomen aandacht voor het werk van de Eerste Kamer zegt Broekers-Knol: “Onbekendheid is niet goedHet is belangrijk dat wij gewoon bekend zijn. Gewoon dat men weet wat wij doen.”

Vervolgens vond een paneldiscussie plaats onder leiding van Paul de Krom (oud staatssecretaris, VVD). Aan deze discussie werd een bijdrage geleverd door Mei Li Vos (Tweede Kamerlid, PvdA), Joris Backer (Eerste Kamerlid, D66), Klaske de Jonge (Director Corporate Affairs & Strategy, Vodafone) en Han Warmelink (staatsrechtgeleerde, Rijksuniversiteit Groningen). Tijdens deze discussie werd onder andere gesproken over de rol van de Eerste Kamer in de huidige politieke constellatie, de (on)mogelijkheden voor de lobby en de zin en onzin van de Senaat.
Op de vraag in welk opzicht de Eerste Kamer de afgelopen tien jaar is veranderd, gaf Klaske de Jonge aan vooral veranderingen in de dynamiek tussen beide Kamers te zien; “het overleg is frequenter en politieker”. Maar op de vraag of het lobbyperspectief in de Eerste Kamer daarmee ook anders is, zei ze: "De Eerste Kamer blijft een laatste redmiddel. Als je een succesvolle lobby voert, kom je eigenlijk niet eens aan Eerste Kamer toe.” Ze ondersteunde daarmee de “wijze woorden” van Ankie Broekers-Knol hierover.
Volgens staatsrechtgeleerde Han Warmelink wordt de Eerste Kamer door de huidige verhoudingen in de Tweede Kamer ongewild in een meer politieke hoek gedrukt. De regering reageert volgens hem “veel te overspannen” op hun minderheid in de Eerste Kamer. Onderzoek toont volgens Warmelink aan dat verworpen wetsvoorstellen in de senaat in meerderheid juist initiatief wetsvoorstellen betrof, en niet door een kabinet ingediende wetsvoorstellen. 
Volgens D66-senator Joris Backer is er bij de formatie een wezenlijke denkfout gemaakt met betrekking tot regeren op basis van een parlementaire minderheid in de senaat. Volgens Warmelink is dat mede te herleiden tot het feit dat de Tweede Kamer voor het eerst de regie over de formatie heeft gevoerd. Hierdoor lag de focus sterk op de Tweede Kamer en is het belang van de Eerste Kamer uit het oog verloren. PvdA-Kamerlid Mei Li Vos denkt dat door een andere samenstelling van de Eerste Kamer, de oppositie in de Tweede Kamer meer invloed heeft, “en dat komt alleen maar ten goede aan de kwaliteit van beleidsvoorstellen”. Het verwerpen van de Pensioenwet is hier een goed voorbeeld van, aldus Vos. Volgens het Tweede Kamerlid lag er in de Tweede Kamer zó veel druk op de coalitiepartijen – vanwege de bezuinigingen – om dit voorstel aan te nemen, dat er niet afdoende gekeken is naar de kwaliteit en uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Vos kwalificeerde de wet als een “gedrocht”. Dat de Eerste Kamer later het voorstel in eerste aanleg verwierp, had volgens Backer, dan ook niets te maken met politisering van de Eerste Kamer, maar juist met het naar behoren functioneren van de Senaat.
Backer -- zelf lid van een partij die in principe de Eerste Kamer wil afschaffen -- vindt dat de Eerste Kamer nog steeds primair toetst op de kwaliteit van de wetgeving. De meeste onderwerpen in de Eerste Kamer zijn bovendien helemaal niet zo politiek volgens Backer. Dat blijkt wel uit het feit dat de helft van de te behandelen wetsvoorstellen als hamerstuk worden afgedaan. Het is niet altijd een politieke afweging, maar veelal een kwalitatieve keuze en daar ligt volgens Backer en De Jonge een kans voor een lobbyist: lobbyisten kunnen senatoren informeren over (het gebrek aan) kwaliteit van de wetsvoorstellen en dus de noodzaak van nadere zorgvuldige behandeling.
Maar” aldus De Jonge, “in tegenstelling tot de Tweede Kamer kan de Eerste Kamer geen wetswijzigingen doorvoeren, en daar moet je dus rekening mee houden in je lobbyboodschap en lobbyacties”. Volgens De Jonge moet je je vooral focussen op uitstel, afstel of verheldering van de interpretatie van de wet. Een mogelijk instrument hiervoor is Eerste Kamerleden op de hoogte te stellen van technische- en juridische mankementen in een wetsvoorstel.
Hoewel de Eerste Kamer door het panel werd gekenmerkt als “hoeder” van de kwaliteit van wetgeving, neemt dit niet weg, aldus Warmelink, dat de Eerste Kamer “gewoon een politiek orgaan” is. De senaat let alleen op andere zaken dan de Tweede Kamer bij de besluitvorming.
Toen er uit het publiek gevraagd werd naar do’s and dont’s voor lobbyisten actief in de Eerste Kamer, gaf senator Backer tot slot van de discussie een aantal concrete tips waaronder:
* Stuur lobbymails nooit aan alle senatoren. Er is een grote kans dat de mails dan niet gelezen worden.
* In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt: begin niet te vroeg met lobbyen in de Eerste Kamer. Senatoren kijken vaak maar een aantal weken vooruit en zijn zeker niet van plan er over te praten eer het in hun Kamer ligt.
* De boodschap richting de Eerste Kamer moet niet te algemeen zijn: leg duidelijk uit waarom wetgeving mogelijk niet deugt en geef niet alleen aan dat je ergens tegen bent omdat het nadelig is voor jouw organisatie of beroepsgroep.
 

Verslag lobbyseminar 2017 nu ook digitaal beschikbaar

15-11-2017 Wat is de staat van de lobby op lokaal niveau? Wat zijn verschillen en overeenkomsten tussen belangenbehartiging in de gemeente en in “Den Haag”? Ten overstaan van zo’n 175 aanwezigen werd op 26 oktober 2017 het onderzoek ‘Lang leve de lokale lobby?!’ gepresenteerd tijdens het jaarlijkse lobbyseminar van Public Matters. Onderstaand leest u het volledige beslag. De digitale publicatie van het onderzoek is hier in te zien en te downloaden als PDF-bestand. 
Verder lezen »

Wat bedrijven, veel banken - én een gezamenlijk aanbod van VNO-NCW en Greenpeace: dit waren de 750 lobby's

13-11-2017 Werkgeversorganisatie VNO-NCW en Greenpeace hebben op initiatief van voormalig PvdA-leider Diederik Samsom de afgelopen maanden een aantal malen overlegd over verdere verduurzaming van de energievoorziening. Samsom had ook de leiding over die besprekingen.
Verder lezen »

Lobbyen in Den Haag voor de allerarmsten

08-11-2017 Vertrouwen in de toekomst. Zo heet het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III. Dit regeerakkoord is niet in een gesloten ruimte geschreven. Tal van organisaties hebben geprobeerd de tekst ervan te beïnvloeden. Hulp- en ontwikkelingsorganisatie Woord en Daad hoort daarbij.
Verder lezen »

PM Lobbyseminar 2017: Kansen voor lokale lobby

26-10-2017 Onderzoek onder burgemeesters, wethouders en raadsleden laat zien dat de gemeentelijke lobby professioneler kan. Lobbyisten spelen pas laat een rol in het gemeentelijke besluitvormingsproces. Slechts 7% van de lokale politici en bestuurders ziet hen als ‘agendasetter’. 
Verder lezen »